Bezuinigen op hoger onderwijs? Doe het dan goed

Opinieartikel in Ad Valvas | Door Anna Vossers en Mathijs Boom

Aanstaande vrijdag zullen op het Malieveld in Den Haag duizenden studenten demonstreren tegen de onderwijsbezuinigingen van het huidige kabinet. Maar afwijzing alleen leidt niet tot nieuwe oplossingen. Als Nederland een vooruitstrevende kenniseconomie wil blijven zullen we na moeten denken over de toekomst van het hoger onderwijs. Daarom gingen studenten in het happyChaos Onderwijscafé in gesprek met drie deskundigen, onder het motto: ‘Als er bezuinigd moet worden, doe het dan goed.’

Een van de ideeën die uit dit gesprek ontstonden was het terugbrengen van het aantal universiteiten in Nederland door meer specialisatie en samenwerking. Niet helemaal nieuw: meer differentiatie van instellingen en onderwijsaanbod was ook al een van de adviezen in het –helaas grotendeels genegeerde– rapport van de Commissie Veerman over de toekomst van het hoger onderwijs in Nederland.

De kosten van het hoger onderwijs rijzen de pan uit. Alleen al in de concurrentiestrijd om nieuwe studenten binnen te halen gaan jaarlijks miljoenen euro’s om. En waarom zou je eigenlijk op tien universiteiten dezelfde hoorcolleges Inleiding in de psychologie of Lliteratuurwetenschap inleidende colleges in psychologie of literatuurwetenschap aanbieden? En zijn de vele kleine werkcolleges Franse taalverwerving die we in het hele land kunnen volgen, niet veel duurder dan strikt noodzakelijk?
Specialisatie van universiteiten zou de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen en kosten besparen. Als we universiteiten dwingen zich scherper te profileren naar gelang hun specifieke kwaliteiten zou dat bovendien een stimulans kunnen zijn voor zowel onderzoek als onderwijs. Sommige instellingen kunnen dan de kans krijgen om zich verder toe te leggen op onderzoek, terwijl andere zich meer op onderwijs richten. Alle universiteiten bieden bachelors aan, maar gespecialiseerde masters vind je nog maar op een aantal universiteiten.

Uiteraard kleven er wel bezwaren aan het terugbrengen van het vakkenaanbod op sommige instellingen. Universiteiten zoals die van Maastricht, Nijmegen en Tilburg trekken vooral veel studenten uit hun eigen regio. Het aanbod voor deze studenten zou kleiner worden. In deze kwestie kunnen daarom de veel besproken ‘brede bachelors’ uitkomst bieden: om de regiofunctie te waarborgen zouden kleinere universiteiten zich moeten richten op brede bachelorprogramma’s die een opstap bieden naar landelijk verspreid masteronderwijs. Op het masterniveau zouden universiteiten zich moeten beperken tot onderzoeksgebieden waarin zij kunnen excelleren. Niet elke universiteit hoeft kan op elk vakgebied toonaangevend te kunnen zijn.

Zo’n taakverdeling biedt in veel opzichten nieuwe mogelijkheden voor het hoger onderwijs in Nederland. Door specialisatie kunnen instellingen geconcentreerde, kwalitatief betere opleidingen aanbieden. Ook kleine studierichtingen kunnen zo blijven bestaan. De VU stopte dit jaar met de studie Duitse taal en cultuur nadat er slechts één aanmelding was binnengekomen. Dat is nou net een studie die er baat bij zou hebben als bijvoorbeeld de UvA en de VU zouden samenwerken in hun onderwijsaanbod, puur financieel, maar ook om middelmatig onderwijs uit armoede te voorkomen.

Regionale samenwerking tussen universiteiten is daarom nodig. Dat gebeurt nu al tussen de Erasmus Universiteit, de TU Delft en de Universiteit Leiden, die elkaar op veel terreinen aan vullen. Ook verdere samenwerking tussen de VU en de UvA zou vanuit dit perspectief gestimuleerd moeten worden. Liever dan het arbitrair beboeten van zowel luie als enthousiaste langstuderende studenten, zou minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt de bezuinigingen moeten combineren met échte innovatie.

Door Anna Vossers, premasterstudent journalistiek aan de VU en Mathijs Boom, masterstudent geschiedenis aan de UvA.

Met dank aan prof. dr. Rob Mudde, hoogleraar Meerfasenstromingen en onderwijsdirecteur bij de TU Delft, prof.dr, Jelle Jolles, hoogleraar Hersenen, Gedrag & Educatie aan de VU en drs. Jim Jansen, hoofdredacteur van universiteitsblad Folia van de Universiteit van Amsterdam.