Column Floor Rusman

Lees hier de column waarmee Floor Rusman De Nieuwe Mecenas inleidde:

  • Facebook
  • Twitter
  • Google+
  • LinkedIn
Floor Rusman op De Nieuwe Mecenas

Laat ons. Dat zongen de duizenden kunstenaars en kunstliefhebbers die zich afgelopen november op het Leidseplein hadden verzameld voor de Schreeuw om Cultuur. Laat ons. Een opmerkelijke kreet, die zowel zou kunnen betekenen ‘overheid, geef gewoon de volle mep subsidie zonder je verder te bemoeien met de kunstsector’ als ‘laat die subsidies maar zitten, we regelen het zelf wel’. Wanneer de zingende massa het laatste had bedoeld, was er geen probleem geweest. Natuurlijk gaat het om het eerste: de kunstsector wil met rust gelaten worden, maar wel genoeg geld blijven ontvangen. Door de bezuinigingen van 200 miljoen zijn veel kunstenaars en kunstinstellingen ineens niet meer zeker van hun inkomsten.

Het debat is ongekend emotioneel en wordt gedomineerd door woede. PVV-Kamerleden zien ‘moeilijke’ kunst als een opgestoken middelvinger naar de gewone man. Wilders heeft het subsidiëren van cultuur een linkse hobby genoemd. En Sietse Fritsma, Kamerlid voor de PVV, wist zijn tegenstanders op de kast te jagen met een verwijzing naar het Residentie Orkest als ‘tromboneclubje’ waar Jan Modaal voor moet betalen. Aan de andere kant zien kunstenaars en opiniemakers de bezuinigingen als een opgestoken middelvinger richting excellentie en goede smaak. Volgens Alex van Warmerdam was in Den Haag ‘ongegeneerd de aanval ingezet’, Ivo van Hove had het over ‘politieke terreur’ en acteur Erik Donk noemde de plannen een ‘oorlogsverklaring van het kabinet’. Men zag de maatregelen als Wilders’ afrekening met de elite. Max Pam signaleerde ‘leedvermaak over kunstenaars die een lesje geleerd moet worden’, en musicus en gediplomeerd talkshowgast Rick de Leeuw vond dat er sprake was van ‘zure rancune’.

Staatssecretaris Halbe Zijlstra probeert zich intussen verre te houden van de culturele oorlog door een neutraal verhaal te houden over de noodzakelijke hervormingen. De drastische bezuinigingen zijn nodig, volgens hem, om de sector op eigen benen te laten staan. De geadresseerden nemen zijn woorden echter niet serieus: ‘hij houdt van Metallica’ fluisteren ze tegen elkaar. Aan zo iemand kun je de kunsten niet toevertrouwen.

Je zou bijna vergeten dat het debat over meer kan gaan dan over de slechte smaak van de tegenstander. Mark Rutte probeert het in elk geval. Hij omzeilt alle opgestoken middelvingers door zich te concentreren op het grote liberale verhaal. De kunstsector is volgens hem te veel afhankelijk van de staat. ‘De overheid is geen geluksmachine,’ herhaalt hij steeds, en voor de liefhebbers heeft hij een anekdote paraat van de Franse filosoof Alexis de Tocqueville. Deze beschreef in zijn Over de democratie in Amerika uit 1835 hoe de Amerikanen omgaan met een omgevallen boom die de weg blokkeert. Terwijl de Europeanen zouden wachten op het moment dat de lokale overheid korte metten komt maken met dit obstakel, hakken de Amerikanen de boom zelf aan stukken.

De boodschap is duidelijk: Europeanen zijn luie donders die erop rekenen dat de geluksmachine zijn werk doet, terwijl Amerikanen zelf de mouwen opstropen. In Amerika subsidieert de overheid 8% van de kunsten, hier is dat 61%. De kunstsector is in Amerika meer bedreven in het maken van winst, maar ook wordt er door particulieren veel meer geld geschonken aan de kunsten. Rutte wil de Nederlandse kunstsector zelfredzamer maken, en beschouwt het Amerikaanse mecenaat als een inspiratiebron voor Nederland. Hij haalt het fragment van Tocqueville telkens weer aan als lichtend voorbeeld. Kijk eens jongens, je kunt ook zelf een omgevallen boom te lijf gaan, of, in dit geval, er zelf voor zorgen dat er goede kunst bestaat. Maar Rutte wijst met dit citaat ook, mogelijk onbedoeld, op de onwaarschijnlijkheid van een plotselinge cultuuromslag. Het verschil tussen particulier initiatief in Amerika en Europa bestaat al minstens sinds Tocqueville en is dus diepgeworteld. Van Europeanen, Nederlanders in dit geval, kun je onmogelijk verwachten dat ze van de ene op de andere dag en masse geld zullen schenken aan de kunsten. Zeker niet wanneer de belastingen niet tegelijkertijd worden verlaagd. Bij de Amerikaanse cultuur van zelfredzaamheid en particulier initiatief hoort immers ook een lager belastingtarief.

Over deze kwestie, die van de terugtrekkende overheid en van de mecenas die verleid moet worden om in het gat te springen, is het in het landelijke debat veel te weinig gegaan. De mensen die op het Leidseplein stonden te schreeuwen, kunnen ook op kleine schaal mecenas zijn. Maar hoe werkt dat? Waar is hun geld het hardst nodig? Kunnen zij hun giften gemakkelijk aftrekken van de belasting? Dit zijn andere vragen dan de vraag of Metallica kunst is en Sietse Fritsma de As van het Kwaad. Deze avond gaan we niet bespreken wie er een snob is, wie rancuneus, wie zielig en wie een potverteerder. We gaan onderzoeken waar en hoe de nieuwe mecenas een bijdrage kan leveren. Verder is het deze avond verboden om te schreeuwen. Wie dat toch doet, wordt de zaal uitgezet.