De vraag om gezag

Opinieartikel in de Volkskrant | Door happyChaos

Jongeren zouden lak hebben aan gezag. Maar de gezagscrisis is een erfenis van hun ouders. Zij eisen herstel…

Narcistisch en compleet onverschillig voor wat er in de wereld om hen heen gebeurt. De zogenoemde Grenzenloze Generatie die als een sociale tijdbom voor de samenleving fungeert. Het is een kleine greep uit de reeks typeringen waarmee onze generatie – jongeren geboren in de jaren tachtig – omschreven wordt.

Een generatie die niet snel onder de indruk is van de kennis van een hoogleraar of de ervaring van een politicus. Want wie bepaalt dat er naar hen geluisterd moet worden? De jongeren van nu lijken niet graag te luisteren naar autoriteit. We trekken ons eigen plan, is het beeld, en dulden weinig tegenspraak. Omdat die ons tot nu toe ook weinig is geboden.

In een tijd waarin de docent je beste vriend is en de politiek via Twitter en Jip- en Janneketaal de kloof met de burger probeert te dichten, lijkt er weinig ruimte over voor gezaghebbende figuren. Kennis, ervaring of een uniform zijn allang geen garantie meer dat mensen luisteren.

Maar is het enkel de jonge generatie die geen autoriteit duldt? Nee. Heel Nederland verkeert in een gezagscrisis. De politieagent wordt bespuugd, de ME’er uitgejouwd en de burger googlet liever zelf wat bij elkaar dan het advies van een wetenschappelijk instituut op te volgen.

Politici worden op televisie aan tafel genodigd en kritisch en genadeloos ondervraagd. Geen eerbiedige vragen, maar gesprekken met het mes op tafel. Gevestigd gezag bestaat niet meer. Ook de wetenschap kent nog slechts de waarheid ‘van dit moment’. Discussie is een basisprincipe van onze cultuur en dat is goed.

Dat is verworven in de jaren zestig, ook wel bekend als de protestjaren. Er ontstond een jongerencultuur die zich afzette tegen de traditionele ouders. Deze babyboomers gingen met spandoeken de straat op om te strijden tegen het geheven vingertje van de jaren vijftig. Het was de tijd van de provo’s, de communes en de antiautoritaire opvoeding die wij kennen uit onze geschiedenisboeken. Onze egalitaire samenleving waar men niet graag het hoofd boven het maaiveld uitsteekt, is dan ook een erfenis van onze ouders.

Dit proces van democratisering en bevrijding heeft onze generatie veel gebracht. Maar tegelijkertijd werd ook de afbrokkeling van het gezag in gang gezet. Het schoppen tegen de gevestigde orde leidde tot de verdachtmaking van alle vormen van autoriteit. Het creëerde een groot wantrouwen onder burgers. Politici, bedrijfstakken en andere machthebbende instanties waren toch zakkenvullers en dienaars van gevestigde belangen? Complete bedrijfstakken zagen wij falen, met bijbehorende Nobelprijswinnaars en al.

Het gevolg van deze afbrokkeling is dat de hang naar leiderschap toeneemt. En juist onze generatie die ervan wordt beschuldigd lak aan gezag te hebben, heeft er steeds meer behoefte aan. Het gevoel van ‘vrijheid blijheid’ waarmee we zijn opgegroeid, is te ver doorgeschoten. Jongeren zijn op zoek naar mensen die het voortouw nemen en met overtuigende leiderschapkwaliteiten ook impopulaire beslissingen durven te nemen. Iemand die niet zegt wat de mensen willen horen, maar wat hij of zij vindt. Die laat zien hoe het zit en hoe het verder moet.

Na de provo’s kwam Nix, ook wel de Verloren Generatie, die met de gevolgen van de economische recessie te maken kreeg. Onze generatie, die daarop volgde, is er een van onbezorgdheid. Voor het gemak noemen we ons de Telekidsgeneratie. Geboren in de jaren tachtig was dit de eerste generatie die opgroeide met de cd-speler, commerciële televisie en de videorecorder. We gingen vaker en verder met vakantie dan de generaties voor ons, zonder dat we ons dat realiseerden. We konden kiezen uit diverse soorten (kinder)cola en een steeds groter assortiment chips. En op zaterdagochtend, wanneer de ouders nog op één oor lagen, keken we naar Telekids.

Onze jeugd werd getypeerd door overvloed en vrije toegang tot kennis. Vanaf het tiende levensjaar ging de digitale wereld voor ons open, terwijl onze ouders er jaren over deden net zo snel te zoeken als wij. Boekverslagen werden bij elkaar geknipt en geplakt zonder dat de stoffige leraar Nederlands het door had.

Toen we naar de middelbare school gingen, kregen we als eerste groep een mobiele telefoon mee, terwijl onze ouders in hun jeugd nog bij de dokter in het dorp moesten telefoneren. We verruilden krantenwijken voor callcenters om ons zelf verdiende geld vervolgens uit te geven in de nieuw geopende H & M in de lokale winkelstraat. De technologische vooruitgang heeft in ons korte bestaan zo’n vlucht genomen, dat we bij onze geboorte al 1-0 voorstonden.

Na de middelbare school was er de keuze om te gaan studeren of er een jaartje tussenuit te gaan. Lekker backpacken in Australië of vrijwilligerswerk doen in Guatemala. De essentie van de Telekidsgeneratie is dat deze groep is opgegroeid met het idee dat je behoeften onmiddellijk moet bevredigen. De egalitaire samenleving heeft ervoor gezorgd dat die bevrediging gekozen kan worden uit een steeds groter assortiment van opties.

We kwamen erachter dat meer keuzes niet automatisch leidt tot meer vrijheid, maar dat dat ook verlammend kan werken. Om de haverklap moeten er immers beslissingen genomen worden. Al die keuzes vergroten niet alleen het gevoel controle te hebben, maar ook de behoefte hieraan. Hoe kunnen we uit al die mogelijkheden het beste selecteren en op basis van welke informatie? Synchroon met de komst van het bonte palet aan keuzes ontstaat de behoefte aan afbakening en begeleiding. Maar tot wie richten wij ons met die vragen?

Desinteresse
Hier is sprake van een paradox. Hoewel we soms de behoefte hebben aan een meer afgebakend pad, is onze generatie er ook een van sterke individualisering. Je eigen weg kiezen in plaats van luisteren naar hoe het hoort of wat de autoriteiten zeggen. Verantwoordelijk zijn voor je eigen geluk en geloven in de maakbaarheid van jezelf. Kenmerkend voor de Telekidsgeneratie is dat deze afwijzing van traditioneel gezag niet resulteert in demonstraties of ludieke publiekstrekkende protestacties, maar in desinteresse. In plaats van luid te roepen om nieuwe leiders, hangen de jongeren van nu liever lethargisch achterover.

Maar betekent dit dat we een anarchistische samenleving nastreven? Nee. Het betekent evenmin dat we geen ideeën hebben over hoe het wel moet. De vraag naar gezag leeft wel degelijk. Als het er echt op aankomt en het eigen leven beïnvloed wordt, komt onze generatie in beweging. Dat zie je bijvoorbeeld bij de protestacties van de leerlingen van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) die het slechte onderwijs zat zijn en in actie komen voor meer en kwalitatief beter onderwijs. Of de staking tegen de tweede fase.

Misschien komt de behoefte aan gezag wel voort uit de drang van onze generatie iets te moeten presteren, te forceren of te bevechten. Alles is vanzelf gekomen, van welvaart tot mogelijkheden, van vrienden tot reiservaring. Echt moeilijk hebben wij het nooit gehad. Internetrealisme zorgt ervoor dat al je jonge idealen bij voorbaat zijn weggeredeneerd. De geseling van de keuzevrijheid zou zomaar eens de perfecte aanleiding kunnen zijn om het gevecht met de lethargie aan te gaan.

Geluk
Waarom nu op zoek en niet wachten? De onmacht spat af van het gezag en het vergrijzende deel van de samenleving. De angst dat de positie van politieman of burgemeester niet meer garant staat voor het krijgen van gezag, kan verleiden tot het steunen van regressieve oplossingen geponeerd door populisten. Steeds vaker wordt het ethos uit de jaren vijftig als ideale oplossing gezien, toen was alles beter en geluk nog heel gewoon, hoewel dit in de protestjaren niet voor niets bevochten is. Voordat de huidige gezagscrises uitmondt in een schisma van de samenleving is het tijd dat leiders, opvoeders, wetenschappers en wij zelf op zoek gaan naar wat wel werkt.

De Telekidsgeneratie is alleen bereid gezag te accepteren dat zijn bruikbaarheid kan bewijzen en uitleggen. Het is gezag en leiderschap waar we zelf om vragen. We hebben ons hele leven over alles onderhandeld en daar zijn we goed in. Het gezag moet iets concreets opleveren en aansluiten op de manier waarop onze generatie de wereld beleeft.

Het nieuwe gezag dat wij zoeken verschilt dus sterk van het klassieke gezag. Geen mensen of instituties die preken op basis van ‘omdat ik het zeg’ of een appèl doen op maatschappelijke structuren die niet meer bestaan of niet meer zouden moeten bestaan. Het is een persoonlijke vorm van gezag waarvan duidelijk is uit te leggen waarom het nodig is, ook als het de uitleg pijnlijk of minder fraai is. Wij jongeren hechten immers aan merites en originaliteit.

Wij willen authentieke gezagdragers. Leiders die niet alleen gezag prediken, maar die gezag zijn. Alleen zij kunnen de invloed van gezaghebbende posities herstellen. Een politicus die enkel naar de gunst van de kiezer dingt, daar prikken jongeren doorheen. Gezagdragers moeten staan voor hun beleid, en niet het tegenovergestelde zeggen zodra zij denken dat de microfoon uit staat.

Moediger
Het lijkt erop dat de huidige gezagdragers niet durven in te gaan op pijnlijke problemen. Zo durven ouders zich niet meer op te stellen als autoriteit en dingen te verbieden, bang om het kind tegen zich in het harnas te jagen. De politicus durft geen ingrijpende maatregelen voor te stellen, bang om kiezers te verliezen. Leiders lopen op hun tenen, terwijl doortastendheid gewild is. De Telekidsgeneratie zoekt een eerlijker en moediger gezag dat het gesprek in de voorkamer voert en niet in de achterkamer. Als de nieuwe gezagdragers eerlijk zijn, ook in zijn of haar twijfel, zal gezag vanzelf volgen. Of het nou een politicus, wetenschapper of popster is.