Pedofilie: het laatste taboe?

15 januari 2014   |  Myrel Morskate

“Zou u het een probeem vinden als er een pedofiel in uw straat komt wonen?” Vraagt de interviewer. “Nee hoor, dat zou ik prima vinden,” zegt de vrouw van middelbare leeftijd in beeld, “Ieder mens heeft zo zijn neigingen toch he?” Volgende shot, een jongere vrouw met kinderwagen. “Zou u het accepteren als iemand in uw familie pedofiel was?” wordt haar gevraagd. “Nee. Nee. Zeker niet.” Ze zegt het zonder enige twijfel, blik ernstig. Waarom niet? “Ik vind het niet natuurlijk.”


Dit is een fragment uit een promo-filmpje gemaakt voor het evenement van vanavond, een debat over een van de laatste grote taboes: pedofilie. De vrouwen in het filmpje staan recht tegenover elkaar. Zijn de neigingen van een pedofiel natuurlijk? Zijn ze aangeboren, of aangeleerd? Is het af te leren? En de meest wringende vraag van allemaal: kunnen we pedofilie accepteren?

HappyChaos, de studentenorganisatie die maatschappelijke vraagstukken onder de aandacht brengt, vond het hoog tijd dat deze vragen gesteld werden en besloot een knuppel in het hoenderhok te gooien. Het ‘hok’ van vanavond is café COX. De belangrijkste knuppel: virtuele kinderporno.

Virtuele Verzadiging
‘20 procent van de mannen heeft weleens een kind seksueel aantrekkelijk gevonden,’ staat in de informatie over pedofilie die bij de ingang is neergelegd, geleverd door de instelling De Forensische Zorgspecialisten. Slik. Maar ook: ‘Op dit moment gaan wetenschappers er vanuit dat de seksuele gerichtheid op kinderen [..] onder controle is te krijgen.’

Een van de manieren waarop de zorg en de wetenschap vat proberen te krijgen op de problemen die gepaard gaan met pedofilie is onderzoek naar het effect van virtuele kinderporno. Kinderporno waarbij dus geen enkel kind betrokken is geweest, omdat het allemaal digitaal geconstrueerd is. Met de huidige technieken kan dit een levensecht resultaat opleveren.

Erik van Beek, filosoof en seksuoloog, is een van de aanwezige wetenschappers die gelooft dat virtuele kinderporno een positieve invloed kan hebben op pedofielen, met het effect dat een pedofiel de neiging tot pedoseksueel gedrag (het daadwerkelijk misbruiken van kinderen) onder controle krijgt door een gedeeltelijke verzadiging van zijn fantasieën. Het toepassen van virtuele kinderporno als controlemiddel is vanavond het belangrijkste onderwerp ter discussie. Moeten we hier onderzoek naar doen?

‘20 procent van de mannen heeft weleens een kind seksueel aantrekkelijk gevonden’

Saaie pedofielen
De meeste illustere aanwezige gast is Anton Dautzenberg, ooit lid van de inmiddels ontbonden pedofielenpartij MARTIJN. Senna Maatoug, geoefend debater en de moderator van het debat, opent de avond in het inmiddels tjokvolle café in een vraaggesprek met Dautzenberg.

“Ik wilde ze steunen. De media schetste een karikaturaal, ongenuanceerd beeld van de vereniging,” antwoord Dautzenberg op de vraag waarom hij lid werd van MARTIJN. “Ik heb ze leren kennen als naïeve, lieve mensen.” Er wordt een vraag gesteld door een van de toehoorders waarop iedereen het antwoord wil weten: wat gebeurde er nou tijdens zo’n partijvergadering? Het antwoord is een beetje een anti-climax. “Het was heel saai eigenlijk hoor, we hadden het bijna alleen maar over de notulen van de vorige keer.”

Politiek versus wetenschap
Gelukkig is het debat een stuk spannender. De eerdergenoemde Van Beek staat tegenover Samira Bouchibti, politica van de VVD, die een minder tolerante houding heeft en meer heil ziet in hard optreden tegen misbruik dan begrip tonen voor pedofielen. Als Van Beek en Bouchibti achter hun katheders plaatsnemen opent Van Beek met een pleidooi voor onderzoek naar virtuele kinderporno als controlemiddel/ behandelmethode. Bouchibti start een betoog tegen seksueel misbruik van kinderen. “Pedoseksueel gedrag is misselijkmakend, en kindermisbruikers zijn criminelen die streng gestraft moeten worden.” Aldus Bouchibti.

Bouchibti mist een nuance die de rest van de aanwezigen allang ontdekt heeft: een pedofiel is  niet altijd een kindermisbruiker

Dit wekt al snel irritatie bij het publiek. Bouchibti mist een nuance die de rest van de aanwezigen allang ontdekt heeft: een pedofiel is  niet altijd een kindermisbruiker. Van Beek is met zijn rationele suggestie om meer te begrijpen voor we oordelen duidelijk overtuigender. Het debat en daarmee de eerste helft van het programma eindigt met een 1-0 voor de wetenschap.

Uitlaatklep of stimulans?
In de pauze wordt er heftig gediscussieerd onder de aanwezigen. Er blijven nog veel vragen onbeantwoord, zeker over de potentiële risico’s van virtuele kinderporno. Het komt dan ook goed uit dat Jan Willem Van den Berg, gezondheidspsycholoog en psychotherapeut die ook pedofielen in behandeling heeft, na de pauze zijn ervaringen met het gedrag van pedofielen deelt.

Van den Berg legt uit dat we nog weinig weten over de oorzaak van pedofilie, laat staan hoe pedofielen hun neigingen kunnen controleren. Een van de grote vragen bij virtuele kinderporno, bijvoorbeeld, is of de filmpjes niet juist stimulerend werken. Het ‘outlet versus fuel’ debat, zoals Van den Berg het noemt. Het weinige onderzoek dat hiernaar is gedaan wijst in sommige gevallen op een stimulerend werking en in andere gevallen op een controlerende. Er is lang niet genoeg ondersteuning voor conclusies. Daarom pleit ook Van den Berg voor meer onderzoek naar het effect van virtuele kinderporno. Want, zegt hij, moeten we niet alle mogelijkheden aangrijpen om de kans op kindermisbruik te verminderen?

Allemaal mensen
Matoug sluit het programma af met een laatste vraag voor alle sprekers: wat zou je het aanwezige publiek willen meegeven over het onderwerp pedofilie? Bouchibti drukt iedereen op het hart om vooral mee te discussiëren, en te schrijven naar politici met ideeën en vragen. Van Beek en Van den Berg hebben een boodschap voor het geweten van de aanwezigen: toon compassie voor de pedofielen die worstelen met hun verlangens en hier niet aan willen toegeven. “We zijn allemaal mensen,” zegt Van den Berg, zonder een hint van ironie. “We moeten er een beetje voor elkaar zijn.”

 

Tweet: “De debatgroep @happyChaos lijkt te vergeten dat pedofielen ook zelf kunnen praten”

Terwijl iedereen een drankje na neemt en de meesten de spanning van een avond taboe-bespreken er nu een beetje vanaf kunnen lachen, merkt politica Bouchibti op dat ze wel iets heeft meegenomen van de avond. “Als ik het zo hoor, denk ik dat ik bij de VVD een goed voorstel voor onderzoek naar virtuele kinderporno zou steunen. We  moeten het wetenschappelijk benaderen, om recidieve te kunnen verminderen.” Dat is wel een verschuiving sinds het begin van de avond, waarbij door haar vooral de woorden walgelijk en misselijkmakend in een adem met pedofilie werden genoemd. Het doel van happyChaos voor deze avond is in ieder geval bereikt. Zoals voorzitter Cohen Tervaert zegt: “Het belangrijkste is om het bespreekbaar te maken.”

Aan het einde van de avond is er een interessante tweet te zien in het Twitter-overzicht van @happyChaos. Een anoniem persoon schrijft: “De debatgroep @happyChaos lijkt te vergeten dat pedofielen ook zelf kunnen praten. Volgende keer ook even mailen met www.pedofilie.nl”.
Wie weet.