Categorieën
Artikelen over happyChaos

‘We kunnen niet alles van journalisten verwachten’

Menno van de Bos schrijft voor het stimuleringsfonds voor de journalistiek over een van de panelgesprekken op het evenement de ‘Wankele Waarheid’.

Brengen journalisten de feiten of scheppen ze een mediawerkelijkheid? Dat was een van de centrale vragen tijdens De Wankele Waarheid, afgelopen woensdagavond in Amsterdam.

Sinds het debat over nepnieuws is ontploft, weten we allemaal dat het internet vol zit met louche bronnen die informatie manipuleren. Maar er is ook een tegenreflex: Wie zegt dat ‘mainstream’ journalisten wél de feiten brengen? Hier ging het over tijdens één van drie panelsessies van De Wankele Waarheid, georganiseerd door studenteninitiatief HappyChaos in LAB111.

De deelnemers aan het panel zijn Misja Pekel (Medialogica), Kees van Dam (NOS), Fernande van Tets (freelance journalist) en Sjang ten Hagen (wetenschapshistoricus aan de UvA). Volgens het programmaboekje gaan zij het hebben over “de problematische verhouding tussen feiten en meningen”.

Maar wacht, wat zijn feiten eigenlijk? Dat concept wordt direct in twijfel getrokken door Ten Hagen. Hij vertelt dat het concept ‘feit’ pas ontstond in het 16e-eeuwse Engeland, met als definitie: gebeurtenissen die zowel waar als onwaar kunnen zijn. Een vloeibaar begrip dus, en dat bleef de eeuwen daarna het geval. “Feiten kregen telkens een andere invulling. Ze werden niet altijd als waarheden gezien.”

Vanzelfsprekend

Dat ligt tegenwoordig anders: journalisten beschouwen feiten als vanzelfsprekendheden. Iets waar Ten Hagen kritisch over is. “Want: wat zijn feiten precies? Is daar duidelijkheid over? En waarin verschilt een feit van een mening?” Zulke vragen stellen journalisten weinig, zegt Ten Hagen, en dat leidt tot onduidelijke situaties. Bijvoorbeeld in factcheckrubrieken: “Er ontstaat grote verwarring als de conclusie ‘half waar’ is. Als het label ‘feit’ moet worden geplakt, komen we in de moeilijkheden.”

De toon is gezet: feiten zijn niet altijd onomstreden. En anders worden ze wel omstreden gemáákt. Van dat laatste laat Misja Pekel drie voorbeelden zien, afkomstig uit uitzendingen van Medialogica. De MH17-complottheorieën van Russia Today komen voorbij en we zien beelden van Thierry Baudet die een toespraak van een neutrale wetenschapper over het Oekraïne-referendum afserveert als ‘propaganda’.

Ondanks de naam van zijn programma wil Pekel de media juist niet als hoofdschuldige aanwijzen voor onduidelijkheid over wat waarheid is. Ook politiek, publiek en het online discours dragen (al dan niet bewust) bij aan verwarring. “Het is een denkfout dat de oplossing alleen van journalisten moet komen. Journalisten moeten hun taak uitvoeren, maar er is ook een belangrijke taak voor bijvoorbeeld scholing.”

Het publiek kan geen wonderen van journalisten verwachten, zegt Pekel. “Ik denk dat de journalistiek een soort fictie heeft gecreëerd dat ze altijd de waarheid boven tafel kan krijgen, terwijl het meestal heel diffuus is.” Bovendien moeten ze opboksen tegen een systeem vol framing, mediatraining en spindoctors, waar veel geld in wordt gestopt.

Daarentegen heeft de journalistiek steeds minder geld om daartegen op te blijven boksen. Dat merkt freelance journalist Van Tets ook. “Minder geld betekent vooral minder reportages, maar ook minder factchecken.” Bij één van haar opdrachtgevers, The Independent, staan stukken van freelancers binnen tien minuten online. “Dat checkt niemand. Alles moet snel.”

Rookgordijn

Volgens Pekel hebben journalisten te maken met een rookgordijn van meningen en ‘alternatieve feiten’. Als ze daar vervolgens orde in proberen te scheppen, krijgen ze het verwijt bevooroordeelde ‘MSM’ (mainstream media) te zijn. Ook vanavond wordt de journalistiek aangevallen: zo stelt een aanwezige – docent aan de SvJ – dat de journalistiek niet meer betrouwbaar is. “Ze hebben het vak zelf stukgemaakt.”

NOS’er Kees van Dam probeert onder kritiek – die hij als gezicht van de ‘staatsomroep’ gewend is – nuchter te blijven. “Het fenomeen dat je het verwijt krijgt dat je in een bepaald kamp zit is al heel oud”, zegt hij. “Wij proberen ons werk zo goed mogelijk te doen en vragen het publiek om vertrouwen dat we niet ‘s ochtends om 9 uur bespreken hoe we de boel vandaag gaan verdraaien.”

Als een aanwezige opmerkt dat media uiteindelijk altijd vanuit een bepaald perspectief de werkelijkheid brengen, is de reactie van Van Dam: “Maar daar kun je toch vervolgens over nadenken?”